Er zijn drie samenlevingsvormen: samenwonen, huwen en het geregistreerd partnerschap.

Van deze drie samenlevingsvormen bestaat het huwelijk het langst. In de middeleeuwen werden de eerste huwelijken voltrokken, met monogamie als hoofdreden. Daarnaast werd er getrouwd om bezit binnen de familie te houden. Het was belangrijker dat de partner uit hetzelfde dorp of dezelfde klasse kwam dan dat er sprake was van liefde. Liefde werd pas na de middeleeuwen een belangrijk aspect van het huwelijk. Het wettelijke stelsel van de gemeenschap van goederen bestaat sinds de invoering van het eerste Burgerlijk Wetboek, die dateert uit het jaar 1838, en houdt in dat het privébezit (en schulden) van beide echtgenoten - vanaf de huwelijksdatum - gezamenlijk bezit wordt. Sinds 1970 biedt de wet de mogelijkheid om te huwen zonder dat het (voorhuwelijkse) privébezit gezamenlijk bezit wordt, namelijk door te huwen onder het maken van huwelijkse voorwaarden.

 

Een aspect wat een rol heeft gespeeld bij de invoering van het huwelijk onder huwelijkse voorwaarden is de afschaffing van "Wet Handelingsonbekwaamheid". Ondanks dat door de invoering van het passief vrouwenkiesrecht (1917) en actief vrouwenkiesrecht (1919) de gehuwde vrouw staatrechtelijk volledig handelingsbekwaam is geworden, werd een vrouw na het huwen automatisch privaatrechtelijk handelingsonbekwaam. Dit betekende dat de gehuwde vrouw geld en toestemming aan haar man moest vragen om bijvoorbeeld kleding of apparatuur te kopen. Ook kon de gehuwde vrouw niet zelfstandig een verzekering afsluiten of geld van de bank halen. In 1956 is de "Wet Handelingsonbekwaamheid" afgeschaft, waardoor zowel de man als vrouw (zelfstandig) bevoegd werden tot het beheren van de huwelijksgoederengemeenschap. Om te voorkomen dat de ene echtgenoot aan het deel van de huwelijksgoederengemeenschap komt dat oorspronkelijk tot de andere echtgenoot toebehoort, kunnen er huwelijkse voorwaarden worden opgemaakt.

 

Op 1 januari 1998 werd het geregistreerd partnerschap ingevoerd. Het huwelijk stond op dat moment niet open voor partners van gelijk geslacht en omdat er voor deze groep geen alternatieve - in de wet geregelde - samenlevingsvorm bestond, werd het geregistreerd partnerschap ingevoerd. Ook voor partners van verschillend geslacht werd het mogelijk om een geregistreerd partnerschap aan te gaan.

 

Het is niet bekend wanneer de eerste samenlevingsovereenkomst is opgesteld, maar in de jaren tachtig is de populariteit van de samenlevingsovereenkomst enorm gestegen. De samenlevingsovereenkomst is vooral populair bij personen die wel hun relatie willen vastleggen en bepaalde zaken hierover willen regelen, maar niet willen trouwen. Ook biedt de samenlevingsovereenkomst de oplossing wanneer personen bepaalde zaken omtrent hun samenwonen willen vastleggen maar niet met elkaar mogen trouwen, zoals een ouder en kind die samenwonen. In de jaren tachtig stond het huwelijk niet open voor partners van gelijk geslacht en bestond het geregistreerd partnerschap nog niet, waardoor het opstellen van een samenlevingsovereenkomst de enige manier voor partners van gelijk geslacht was om hun samenleving schriftelijk vast te leggen.